ECLI:NL:HR:2004:AO7817

Hoge Raad 2004-07-09 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, zaaknummer C03/079HR, cassatie. Kernvraag — Aan welke eisen moet een bewijsaanbod door getuigen in hoger beroep voldoen? En mag de rechter een bewijsaanbod passeren op grond van zijn waardering van reeds overgelegde schriftelijke verklaringen, wanneer de aanbieder nog niet tot bewijsvoering is toegelaten? Feiten — OZ en [verweerster] sloten op 1 april 1998 een overeenkomst voor de levering van 20.000 tot 30.000 Zamioculcas-planten (potmaten Ø 17 en 18 cm) gedurende de periode 1 mei 1998 tot en met 30 april 1999 voor ƒ 20,- per pot. [Verweerster] leverde slechts 712 planten met potmaat Ø 18 cm en 1.100 planten met potmaat Ø 17 cm. OZ stelde dat de geleverde planten niet aan de contractuele kwaliteitsnormen voldeden en vorderde schadevergoeding. [Verweerster] vorderde in reconventie vergoeding van schade wegens het nalaten van afname door OZ. Oordeel hof — Het hof droeg OZ in het tussenarrest op te bewijzen dat de kwaliteit van de planten niet conform het contract was, waarna OZ bij akte schriftelijke verklaringen overlegde en een uitdrukkelijk bewijsaanbod door getuigenverhoor handhaafde. In het eindarrest passeerde het hof dit aanbod omdat het te vaag en niet ter zake dienend zou zijn, nu OZ had verzuimd aan te geven wat de betrokken personen meer of anders zouden kunnen verklaren dan in hun schriftelijke verklaringen was weergegeven. Het hof wees de vordering in conventie af en wees de reconventionele vord…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken