ECLI:NL:HR:2003:AK4841

Hoge Raad 2003-11-14 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK4841, zaaknummer C02/168HR, cassatie. Kernvraag — Welke maatstaf geldt voor de motiveringsplicht van de appelrechter die tot een andere bewijswaardering komt dan de eerste rechter zonder de getuigen zelf te hebben gehoord? En wanneer staat tegenbewijs in hoger beroep nog open nadat de appelrechter op grond van het aanwezige bewijsmateriaal heeft geoordeeld dat het bewijs is geleverd? Feiten — Betrokkene 2 was sedert 1 oktober 1961 huurster van een woning in Amsterdam; zij overleed op 6 april 1999. Haar dochter, verweerster, vorderde samen met haar moeder dat de kantonrechter zou bepalen dat verweerster met ingang van 1 maart 1998 medehuurder zou zijn op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van art. 7A:1623h (oud) BW. De verhuurder (betrokkene 1, nadien opgevolgd door zijn erven en de nieuwe eigenaar eiser 3) vorderde in reconventie ontruiming. De kantonrechter wees de vordering tot medehuurderschap af omdat het bewijs niet was geleverd. De rechtbank vernietigde dit vonnis en kende het medehuurderschap alsnog toe. Oordeel hof — De rechtbank oordeelde op grond van getuigenverklaringen van personen die daadwerkelijk in of bij de woning waren geweest en op grond van schriftelijk bewijsmateriaal (belastingdienst, GSD-rapport, particuliere post) dat verweerster ten minste twee jaar vóór het verzoek haar hoofdverblijf in de woning had en daar een duurzame gemeenschappelijke huishouding me…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken