ECLI:NL:HR:2002:AD9339

Hoge Raad 2002-04-26 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339, nr. C00/230HR, cassatie. Kernvraag — Moet bij een vordering tot vervangende schadevergoeding wegens gedeeltelijke wanprestatie bij een aannemingsovereenkomst de schade abstract worden begroot op basis van herstelkosten, ook als die herstelwerkzaamheden niet zijn uitgevoerd en het pand nadien is verkocht? Of moet de schade concreet worden begroot op de waardevermindering die de gebreken op de verkoopprijs hebben gehad? Feiten — Eisers kochten van verweerster een pand. Verweerster verbond zich bij afzonderlijke overeenkomst tegen betaling van ƒ 207.840,- tot strikte nakoming van een aannemingsovereenkomst met [A B.V.] voor de restauratie van dat pand. [A B.V.] voerde de restauratie ondeugdelijk uit, waarop eisers aanspraak maakten op vervangende schadevergoeding. Eisers lieten de gebreken grotendeels ongemoeid en verkochten het pand enige jaren later voor ƒ 477.000,-, een prijs die aanzienlijk boven de destijds betaalde koopprijs lag. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat, nu slechts een gering deel van de geadviseerde herstelkosten was of zou worden gemaakt, eisers uitsluitend schade leden voor zover de niet-herstelde gebreken een nadelige invloed op de verkoopprijs hadden gehad. Het hof baseerde zich daartoe op HR 10 juni 1988, NJ 1988, 965 en verwees de zaak naar de rol voor deskundigenbenoeming over de waardevermindering. Overwegingen — De Hoge Raad honoreert de eerste klacht van het middel (r.o. 3.4.1-3.…