Rechtbank Limburg 2026-02-11 — Civiel recht; Verbintenissenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Limburg (zittingsplaats Roermond), 11 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1317, zaaknummer C/03/342559 / HA ZA 25-258, bodemzaak. Kernvraag — In hoeverre is een aannemer aansprakelijk voor gebreken aan een verbouwing van circa € 120.000,-, waarbij de opdrachtgevers de woning inmiddels hebben verkocht en een contra-expertise niet meer mogelijk is? Feiten — Eisers lieten hun woning in 2021-2022 verbouwen door gedaagde, een zelfstandig aannemer, voor een aanneemsom van € 120.124,-. Alle acht facturen zijn voldaan. Oplevering was voorzien in april 2022; een formele eindoplevering heeft nooit plaatsgevonden. Eisers klaagden herhaaldelijk over openstaande punten en gebreken, voor het laatst bij brief van januari 2023, maar gedaagde reageerde niet adequaat. In mei 2024 volgde een ingebrekestelling per aangetekende post en WhatsApp; gedaagde reageerde niet. Deskundige ing. [naam 1] van [bedrijf 2] inspeceerde de woning op 21 augustus 2024 en stelde 43 gebreken vast met een begrote herstelwaarde van € 74.996,09. Gedaagde, uitgenodigd voor de inspectie via mail en post, verscheen niet. De woning werd op 29 mei 2025 voor de vraagprijs van € 549.000,- verkocht; de dagvaarding was op dat moment al uitgebracht. Overwegingen — De rechtbank bespreekt achtereenvolgens de vorderingen wegens onverschuldigde betaling, de invloed van de woningverkoop op de schadebegroting, de tijdigheid van de klachten, de bereikbaarheid van gedaagde, het recht op contra-expertise en…