ECLI:NL:HR:2001:AB1338

Hoge Raad 2001-04-27 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1338, zaaknummer C99/275HR, cassatie. Kernvraag — Brengen de in het verkeer geldende opvattingen (art. 6:75 BW) mee dat een gebrek aan een verkocht product voor risico van de verkoper komt, ook wanneer de verkoper het gebrek niet kende noch behoorde te kennen en het product niet zelf heeft geproduceerd? Feiten — Verweerder exploiteert een rozenkwekerij en kocht omstreeks 10 juni 1993 een vat ijzerchelaat (BioFer) van eiseres. Na gebruik in het druppelsysteem liep de groei van de rozenplanten snel terug en vertoonden de planten verdrogingsverschijnselen. Het vat bleek verontreinigd met het herbicide Ethidimuron. Eiseres had het product niet zelf geproduceerd, het gebrek was geheel buiten haar toedoen ontstaan en zij kende het gebrek niet en behoefde het ook niet te kennen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat voor industrieel vervaardigde zaken geldt dat gebreken daaraan naar verkeersopvattingen voor risico van de verkoper komen, ook als hij die gebreken niet kende noch behoorde te kennen. Op grond daarvan vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelde het eiseres tot vergoeding van schade, op te maken bij staat. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.6 voorop dat het ijzerchelaat door de verontreiniging niet aan de overeenkomst beantwoordde, zodat sprake is van een tekortkoming in de zin van art. 6:74 BW die tot schadevergoeding verplicht, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worde…