ECLI:NL:HR:1995:ZC1688

Hoge Raad 1995-03-31 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 31 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1688, zaaknummer 15614, cassatie. Kernvraag — Was het hof gerechtvaardigd te oordelen dat de klap die de restauranthouder aan de huisarts toediende niet onrechtmatig was wegens uitlokking door het gedrag van de huisarts, dan wel dat de schadevergoedingsplicht op grond van de billijkheid volledig was vervallen? Feiten — Eiser (huisarts) gebruikte op 31 oktober 1984 het noenmaal in het twee-sterrenrestaurant van verweerder. Na afloop ontstond een geschil over de rekening, waarbij verweerder meende dat de gasten zonder te betalen wilden vertrekken. Verweerder pakte eiser bij de kraag van diens jasje; eiser draaide zich om en raakte daarbij met een armbeweging het gezicht van verweerder. Verweerder gaf eiser hierop een klap, waardoor eiser tegen de restaurantdeur viel. Op 2 november 1984 werd eiser opgenomen wegens hoofdpijn, misselijkheid en braken; op 11 december 1984 werd hij geopereerd wegens dubbelzijdig chronisch subduraal haematoom. Eiser stelde blijvende restverschijnselen te hebben overgehouden, waaronder ernstige hoofdpijnen, duizeligheid en 90% gehoorverlies links. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat verweerder gerechtvaardigd veronderstelde dat de gasten zonder betalen wilden vertrekken, dat het vastpakken bij de kraag hem niet euvel viel, dat verweerder de armbeweging van eiser mocht opvatten als bedreiging, en dat de gegeven klap niet buiten proportie was. Het hof kwam daarmee tot een dubbele slotsom:…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken