Hoge Raad 1993-06-04 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 4 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0986, zaaknummer 15096, cassatie. Kernvraag — Kan de appelrechter in kort geding de gevraagde voorziening weigeren op de grond dat hij zich onvoldoende inzicht in de zaak kan verschaffen, ook zonder dat daarvoor een grief is opgeworpen, en zo ja, aan welke motiveringsplicht is hij dan gebonden? Feiten — Vredo houdt een Europees octrooi (nr. 0 322 941) voor een mestinjector en vordert in kort geding een inbreukverbod tegen Veenhuis. De President van de Rechtbank 's-Gravenhage wees de vorderingen toe na een uitvoerig gemotiveerd vonnis over de beschermingsomvang van het octrooi en de kansrijkheid van lopende opposities. Het Hof vernietigde dit vonnis met de overweging dat het zich over beide vragen "thans" niet met voldoende zekerheid een oordeel kon vormen en dat het onvoldoende reden zag voor nader onderzoek. Het Hof voegde daaraan toe dat Veenhuis voldoende verhaal biedt voor eventuele schadevergoeding, zonder dat dit standpunt door Veenhuis was ingenomen of door concrete gegevens werd onderbouwd. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat het zich in het kader van het kort geding niet met voldoende zekerheid een oordeel kon vormen over zowel de beschermingsomvang van het octrooi als de kans van slagen van de lopende opposities, en weigerde de voorziening op die grond. De vorderingen van Vredo werden alsnog afgewezen. Overwegingen — In r.o. 3.2 bevestigt de Hoge Raad dat de aard van het kort geding meebrengt dat de rec…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken