Hoge Raad 1990-12-21 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, zaaknummer 14.017, cassatie. Kernvraag — Kan een verkoper die een mededelingsplicht had maar relevante informatie heeft verzwegen, ter afwering van een dwalingsvordering aanvoeren dat de koper het ontstaan van de dwaling aan zichzelf heeft te wijten? En sluit de verborgen gebrekenregeling van art. 1540 e.v. BW (oud) een vordering tot vernietiging op grond van dwaling uit? Feiten — Van Geest kocht op 22 januari 1985 van Nederlof een tweedehands Citroën Visa Club voor ƒ 7.900,--. Nederlof wist ten tijde van de verkoop dat de auto na een ernstige aanrijding was hersteld en dat de verzekeringsmaatschappij de schade op basis van total loss had afgewikkeld; hij gaf dit niet mee. Na de koop bleek uit een ANWB-keuringsrapport dat de carrosserie en het draaggedeelte aanzienlijke schade vertoonden en dat de herstelwerkzaamheden matig tot slecht waren uitgevoerd. De rechtbank vernietigde de koopovereenkomst; het hof wees de vorderingen alsnog af omdat het Van Geest een eigen onderzoeksplicht tegenwierp en oordeelde dat de dwaling niet verschoonbaar was. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat op Nederlof weliswaar een mededelingsplicht rustte, maar dat Van Geest anderzijds een onderzoeksplicht had, en dat haar meer te verwijten viel dan Nederlof, zodat van verschoonbare dwaling geen sprake was. Het hof bestreek dit oordeel mede met de overweging dat Van Geest de auto vóór de koop door een deskundige had moeten laten…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken