Hoge Raad 1965-11-05 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079, zaaknummer 9885, cassatie (Kelderluik-arrest). Kernvraag — In hoeverre dient degene die een gevaarlijke situatie in het leven roept rekening te houden met de mogelijkheid dat anderen niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid zullen betrachten, en welke factoren bepalen of hij verplicht is veiligheidsmaatregelen te nemen? Feiten — Duchateau bezoekt café De Munt in Amsterdam en begeft zich naar het herentoilet. Een werknemer van Coca-Cola, Sjouwerman, heeft ter plaatse een kelderluik geopend voor bevoorrading en heeft naast het keldergat een paar coca-colakistjes geplaatst, maar de doorgang naar het toilet niet geheel gebarricadeerd. Duchateau valt in het kelderruim en loopt ernstig letsel aan zijn linkerbeen op. De Rechtbank Amsterdam wijst de vordering af omdat Duchateau's val uitsluitend aan diens eigen uiterste onoplettendheid te wijten zou zijn. Het Hof Amsterdam vernietigt dit vonnis en oordeelt dat zowel Duchateau als Sjouwerman (en daarmee Coca-Cola) voor de helft aansprakelijk zijn. Oordeel hof — Het Hof stelt vast dat Duchateau schuld heeft omdat hij, ondanks de ongewone aanwezigheid van kistjes op het pad en de slechts gedeeltelijk te openen toiletdeur, niet op zijn omgeving heeft gelet, terwijl het zichtbare keldergat hem bij normale oplettendheid niet had kunnen ontgaan. Tegelijkertijd acht het Hof Sjouwerman verwijtbaar: hij had er rekening mee moeten houden dat bezoekers niet hun vo…