ECLI:NL:GHARL:2024:7752

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2024-12-17 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7752, zaaknummer 200.322.620, hoger beroep. Kernvraag — Is de effectenleaseovereenkomst tot stand gekomen na beleggingsadvies door tussenpersoon NBG Finance zonder de daarvoor vereiste vergunning, en wist Dexia dit of behoorde zij dit te weten, zodat Dexia ingevolge art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 niet had mogen contracteren en haar volledige vergoedingsplicht in stand blijft? Feiten — De afnemer heeft op 2 januari 2001 met (een rechtsvoorganger van) Dexia een effectenleaseovereenkomst (Capital Effect Vooruitbetaling) gesloten met een leasesom van € 54.422,40 en een looptijd van 240 maanden, via tussenpersoon NBG Finance B.V. De overeenkomst is tussentijds beëindigd met een restschuld van € 4.422,28, die de afnemer heeft voldaan. Dexia heeft op 13 januari 2012 een bedrag van € 3.855,51 aan de afnemer betaald (twee derde deel van de restschuld vermeerderd met wettelijke rente). Tussen partijen staat vast dat NBG Finance niet beschikte over een vergunning voor het geven van beleggingsadvies. Bij de kantonrechter heeft de afnemer verstek laten gaan, waarna de vorderingen van Dexia (verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan) als onbetwist zijn toegewezen. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 3.7-3.8 vast dat NBG Finance optrad als cliëntenremisier in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud) en aanspraak kon maken op de generieke vrijstelling van…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken