Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2020-11-03 — Civiel recht
Samenvatting arrest Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2020 Kernvraag Geschil tussen Dexia en [geïntimeerde] over effectenlease-overeenkomsten (aandelenleaseproducten). Dexia vordert een verklaring voor recht dat zij na betaling van € 6.100,46 niets meer verschuldigd is. [geïntimeerde] stelt nog recht te hebben op volledige schadeloosstelling. Achtergrond Partijen sloten acht effectenleaseovereenkomsten (1997–2001). Vier overeenkomsten eindigden met een verlies/restschuld. Dexia betaalde in 2012 al € 7.461,67 op basis van het hofmodel. In hoger beroep vordert Dexia een verklaring voor recht dat zij nog slechts € 6.100,46 verschuldigd is. Overwegingen rechter Belang Dexia: Het hof oordeelt dat Dexia voldoende belang heeft bij haar vordering tot verklaring voor recht (HR 12 april 2019). Grieven Dexia (principaal appel): Verjaring: Het hof beoordeelt of vorderingen van [geïntimeerde] zijn verjaard. Tussenpersoon/advisering: Dexia betoogt dat de rol van de tussenpersoon relevant is voor de schadevergoedingsplicht. Onaanvaardbaar zware financiële last: Dexia stelt dat hiervan geen sprake was, zodat geen inlegvergoeding verschuldigd is. Buitengerechtelijke kosten en proceskosten: Dexia betwist de toewijzing hiervan. Voordeelstoerekening: Dexia stelt dat dividenden en fiscaal voordeel in mindering moeten worden gebracht. Incidentele grieven [geïntimeerde]: Onjuiste afrekenkoersen en het doorgeven van effectenorders. Op basis van HR 21 april 2017 zou Dexia resterende termijnen…