ECLI:NL:RBAMS:2021:7910

Rechtbank Amsterdam 2021-11-25 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam, kantonrechter, 25 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7910, zaaknummer 9440118 EL 21-221, beschikking op gezamenlijk verzoek ex art. 96 Rv. Kernvraag — Op welke wijze moet de uitbetaling die Dexia in 2012 op grond van de zogenoemde Hof-formule (2/3 van de restschuld vermeerderd met wettelijke rente) heeft gedaan, worden toegerekend of verrekend wanneer later wordt vastgesteld dat de afnemer recht heeft op vergoeding van de gehele restschuld? Feiten — Verzoeker heeft drie effectenlease-overeenkomsten met (een rechtsvoorgangster van) Dexia gesloten, die zijn geëindigd met restschulden van in totaal € 27.443,76. Dexia heeft in 2012 op basis van de Hof-formule 2/3 van die restschulden (€ 18.295,84) vermeerderd met wettelijke rente vergoed; verzoeker heeft destijds € 26.767,47 ontvangen. Bij vonnis van 8 april 2020 (ECLI:NL:RBLIM:2020:2753) heeft de kantonrechter te Limburg Dexia veroordeeld tot vergoeding van de volledige door verzoeker geleden schade. Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de eerdere Hof-formule-betaling moet worden verdisconteerd; omdat deze kwestie in veel meer zaken speelt, hebben zij haar in het kader van het Landelijk Project Effectenlease aan de kantonrechter te Amsterdam voorgelegd. Overwegingen — De kantonrechter stelt voorop dat de betalingen die Dexia in 2012 heeft verricht, blijkens haar eigen mededeling zien op afrekeningen op basis van de Hof-formule en dus betrekking hebben op 2/3 van de restsc…