ECLI:NL:GHARL:2020:8988

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2020-11-03 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8988, zaaknummer 200.251.138, hoger beroep. Kernvraag — Heeft tussenpersoon Spaarkrediet Centrale bij de advisering aan [geïntimeerde] de grenzen van haar vrijstelling als cliëntenremisier overschreden, en wist of behoorde Dexia dit te weten, zodat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW meebrengt dat de vergoedingsplicht van Dexia volledig in stand blijft? Daarnaast: zijn de vorderingen van [geïntimeerde] verjaard, en welke posten komen in aanmerking voor voordeelstoerekening? Feiten — Tussen Dexia (rechtsopvolgster van Bank Labouchere) en [geïntimeerde] is op 22 februari 1999 een effectenleaseovereenkomst "Direct Rendement Effect" tot stand gekomen, met een looptijd van 180 maanden en een totale leasesom van € 64.287,50. De overeenkomst is tot stand gekomen via tussenpersoon Spaarkrediet Centrale, die [geïntimeerde] had benaderd voor een lening en hem vervolgens de combinatie van een lening met een effectenleaseovereenkomst bij Dexia adviseerde. [geïntimeerde] heeft in totaal € 23.784,39 aan leasetermijnen voldaan en € 2.204,49 aan dividend ontvangen; na tussentijdse verkoop resteerde een restschuld van € 10.034,38. Dexia heeft eerder een verstek-verklaring voor recht verkregen; [geïntimeerde] is in verzet gekomen. De kantonrechter heeft bij eindvonnis van 20 september 2017 geoordeeld dat Dexia schadeplichtig is en het hofmodel dient toe te passen, waartegen beide partijen hoger bero…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken