ECLI:NL:GHARL:2020:550

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2020-01-21 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:550, zaaknummer 200.241.207, hoger beroep. Kernvraag — Rustte op Hiltra (aannemer) een waarschuwingsplicht ex art. 7:754 BW ten aanzien van het door Sekisui aangeleverde, gebrekkige fundament, en zo ja, heeft zij aan die plicht voldaan? Voorts: was Sekisui op grond van Hiltra's tekortkoming bevoegd de overeenkomst te ontbinden? Feiten — Hiltra sloot met Sekisui een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een systeemhal en gasflessendepot te Roermond. Het fundament voor de systeemhal werd door een derde (Heijmans) in opdracht van Sekisui aangelegd. Bij aanvang van de montage op 17 februari 2016 bleek het fundament niet conform de eisen van Hiltra: er was een afschot, de afmetingen weken af en de diagonalen verschilden 15 cm. De montagewerkzaamheden werden desondanks – na een door de onder-onderaannemer [A] gedane mededeling aan de contactpersoon van Sekisui – voortgezet. Na oplevering bleek de hal scheef te staan, niet af te sluiten en onbruikbaar voor de beoogde opslag. Sekisui ontbond de overeenkomst bij brief van 10 mei 2016. Overwegingen r.o. 5.5: Het fundament is in de verhouding Hiltra–Sekisui een van de opdrachtgever afkomstige zaak in de zin van art. 7:754 BW, zodat Hiltra in beginsel een waarschuwingsplicht had. Dat Hiltra (via haar onder-onderaannemer [A]) kennis had van de gebreken, staat vast. r.o. 5.6: Hiltra's betoog dat de waarschuwingsplicht is weggecontracteerd door de exo…