ECLI:NL:GHARL:2018:9904

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2018-11-13 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9904, zaaknummer 200.219.386/01, tussenuitspraak (hoger beroep). Kernvraag — Heeft de kantonrechter ten onrechte de vorderingen van de maatschap afgewezen wegens verjaring respectievelijk schending van de klachtplicht? Meer in het bijzonder: mocht Van Pijkeren zich beroepen op een vervalbeding in haar algemene voorwaarden, en wanneer begon de klachttermijn voor het gebrek aan afschot en de gebreken aan de golfplaten te lopen? Feiten — De maatschap heeft Van Pijkeren in december 2008 opdracht gegeven een ligboxenstal uit te breiden; de werken zijn opgeleverd op 8 januari 2009. Een maatschapslid had daarvóór als uitzendkracht onder leiding van Van Pijkeren aan vergelijkbare stalbouw meegewerkt. In januari 2016 klaagde de maatschap over twee gebreken: te weinig afschot in het boxdekdeel (waardoor bevestigingspunten van ligboxbuizen waren doorgeroest) en opstaande golfplaten. Een door de maatschap ingeschakelde inspecteur (BBAN Groep) stelde vast dat het gerealiseerde afschot minder was dan de overeengekomen 30 mm en gaf een hersteladvies met indicatieve kosten van ruim € 18.250,- excl. btw. Van Pijkeren beriep zich op een vervalbeding in haar algemene voorwaarden, op verjaring en op schending van de klachtplicht. Overwegingen Vervalbeding (r.o. 4.4–4.6) — Van Pijkeren stelt dat haar algemene voorwaarden zijn toepasselijk verklaard en dat een verwijzing naar de bij de Kamer van Koophandel ge…