Gerechtshof Amsterdam 2022-03-15 — Civiel recht
Samenvatting arrest Gerechtshof Amsterdam, 15 maart 2022 Kernvraag Is aannemer [X] in verzuim geraakt na herhaalde mislukte pogingen om lekkages bij twee schoorstenen te herstellen, en moet zij de kosten van herstel door een derde vergoeden? Feiten [X] renoveerde in 2014 het dakleien en de schoorstenen van de woning van [appellant] voor ruim €20.500. Vanaf juni 2016 ontstonden lekkages. [X] ondernam vier herstelacties (2016–2017), zonder blijvend resultaat. Bij brief van 14 september 2017 gaf [appellant] [X] uitdrukkelijk een "allerlaatste kans." De herstelpoging op 22 september 2017 loste het probleem niet op. In 2018 liet [appellant] onderzoek uitvoeren door Dekra, waarbij medewerkers van [X] aanwezig waren. Aansluitend herstelde aannemer [Y] de gebreken; kosten: €17.751,84. [X] bleef de aansprakelijkheid betwisten. Overwegingen Verzuim Het hof kwalificeert de brief van 14 september 2017 als een geldige schriftelijke ingebrekestelling (art. 6:82 lid 1 BW). [appellant] had [X] al vier keer de kans gegeven tot herstel; de brief maakte ondubbelzinnig duidelijk dat dit de laatste mogelijkheid was. Toen de lekkage op 22 september 2017 niet werd verholpen, trad verzuim in. Bovendien volgde verzuim ook zonder ingebrekestelling op grond van redelijkheid en billijkheid, na vier vruchteloze herstelpogingen. De latere e-mail (augustus 2018) en betrokkenheid bij het Dekra-onderzoek zijn geen afstand van rechten; [X] had moeten begrijpen dat direct na het onderzoek herstelwerkzaamheden…