ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4981

Gerechtshof Amsterdam 2009-12-01 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4981, zaaknummer 200.036.279, hoger beroep. Kernvraag — Wanneer bestaat aanleiding voor vermindering van de vergoedingsplicht van Dexia (art. 6:101 BW) wegens tekortschieten in haar zorgplicht bij effectenleaseovereenkomsten, en onder welke omstandigheden dient Dexia naast een deel van de restschuld ook (een deel van) betaalde rente en aflossingen te vergoeden? Voorts: vanaf welk moment is Dexia wettelijke rente verschuldigd over vergoedbare schadeposten? Feiten — Geïntimeerde heeft in 1999 één effectenleaseovereenkomst gesloten met een rechtsvoorgangster van Dexia. De overeenkomst is voortijdig beëindigd; de verkoopopbrengst van de geleaste effecten was onvoldoende om het geleende bedrag, achterstallige rente en een contractuele boete te dekken, zodat een restschuld resteerde die geïntimeerde onbetaald liet. In reconventie vorderde Dexia betaling van de restschuld; de kantonrechter wees deze vordering af en Dexia berustte daarin. De kantonrechter wees de schadevergoedingsvordering van geïntimeerde gedeeltelijk toe; beide partijen kwamen van dit vonnis in beroep. Overwegingen — Het hof formuleert een uitvoerig beoordelingskader voor de toepassing van art. 6:101 BW in effectenleasezaken, voortbouwend op HR 5 juni 2009 (RvdW 2009, 683/684/685). Tweeledige zorgplicht (r.o. 4.7): Dexia had een waarschuwingsplicht (indringend waarschuwen voor het restschuldrisico) en een onderzoeksplicht (nagaan of…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken