Gerechtshof Amsterdam 2009-12-01 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4978, zaaknummer 200.036.133, hoger beroep. Kernvraag — Onder welke voorwaarden is Dexia aansprakelijk voor schade van haar wederpartij uit effectenleaseovereenkomsten wegens schending van haar zorgplicht, en in welke mate dient die aansprakelijkheid te worden verminderd wegens eigen schuld, verrekening van voordeel uit andere leaseovereenkomsten die met een batig saldo zijn geëindigd, en het tijdstip waarop wettelijke rente is verschuldigd? Feiten — Geïntimeerde heeft van 1997 tot en met 2001 vijf effectenleaseovereenkomsten gesloten met een rechtsvoorgangster van Dexia, waarbij geleende bedragen werden belegd in effecten en waardeveranderingen voor zijn rekening kwamen. Alle overeenkomsten eindigden met een restschuld, omdat de verkoopopbrengst van de effecten ontoereikend was voor terugbetaling van de lening. Geïntimeerde had daaraan voorafgaand drie andere effectenleaseovereenkomsten gesloten die met een batig saldo eindigden. Het totale batige saldo uit die drie overeenkomsten bedroeg € 15.264,83; de totale restschulden uit de vijf verliesgevende overeenkomsten bedroegen € 10.371,69. Dexia is in beide instanties veroordeeld tot gedeeltelijke schadevergoeding; zij komt in principaal beroep op tegen de toewijzing, geïntimeerde in incidenteel beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing. Overwegingen — Het hof bouwt voort op HR 5 juni 2009 (RvdW 2009, 683, 684 en 685) en op zijn eigen arresten van…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken