College van Beroep voor het bedrijfsleven 2019-01-09 — Bestuursrecht
Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4, zaaknummer 18/1283, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Komt appellante in aanmerking voor de knelgevallenregeling van art. 23, zesde lid, Meststoffenwet wegens ziekte van het bedrijfshoofd, en vormt de vaststelling van het fosfaatrecht een individuele en disproportionele last in de zin van art. 1 Eerste Protocol EVRM? Feiten — Appellante exploiteerde een melkveehouderij met op de peildatum 2 juli 2015 77 melkkoeien en 61 stuks jongvee. Het bedrijfshoofd is eind 2010/begin 2011 ziek geworden; zijn gezondheidstoestand bleef sindsdien wisselend. Appellante had uitbreidingsplannen die zij zonder de ziekte eerder en verder had willen realiseren. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op 4.024 kilogram. In mei 2018 heeft appellante de melkveetak gestaakt. Overwegingen — De knelgevallenregeling (r.o. 5.2): de ziekte van het bedrijfshoofd kwalificeert als buitengewone omstandigheid in de zin van art. 23, zesde lid, Msw, maar het beroep daarop faalt. Appellante erkende ter zitting dat haar fosfaatrecht op de peildatum niet minimaal vijf procent lager was dan daarvoor gebruikelijk. Maatstaf is het fosfaatrecht, niet het dieraantal. Daarnaast dwingt de wettekst niet tot het meewegen van op de peildatum nog niet gerealiseerde uitbreidingsplannen. Uit de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2015-2016, 34 532, nr. 3, p. 40 en nr. 7, p. 47) volgt dat de regeling terugkijkt naar de…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken