College van Beroep voor het bedrijfsleven 2020-02-25 — Bestuursrecht
Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:114, zaaknummer 18/2270, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Legt het fosfaatrechtenstelsel appellante een individuele en buitensporige last op in de zin van art. 1 EP, gelet op haar uitbreidingsinvesteringen in 2014–2015? En heeft verweerder de knelgevallenregeling van art. 72a Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet terecht niet toegepast omdat op de peildatum geen sprake was van gerealiseerde uitbreiding? Feiten — Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft in december 2014 een omgevingsvergunning verkregen voor uitbreiding tot 65 melk- en kalfkoeien en 45 stuks jongvee. Zij had haar uitbreidingsplannen eerder uitgesteld vanwege provinciale plannen voor een rondweg (besloten in 2005, stilgevallen in 2010). Op 10 februari 2015 sloot zij een aannemingsovereenkomst voor de uitbreiding voor € 171.085,- (excl. btw); op 8 mei 2015 werd een banklening van € 225.000,- verstrekt. Op de peildatum 2 juli 2015 hield appellante slechts 48 melk- en kalfkoeien en 46 stuks jongvee. Verweerder heeft het fosfaatrecht vastgesteld op 2.536 kg, na toepassing van de generieke korting van 8,3%. Overwegingen — Het College verwerpt de beroepsgrond over art. 72a Uitvoeringsbesluit. Op 2 juli 2015 hield appellante niet tijdelijk minder melkvee als gevolg van de aanleg van publieke infrastructuur; verweerder hoefde geen rekening te houden met niet-gerealiseerde uitbreidingen (r.o. 6.1). Ten aanzien…