ECLI:NL:CBB:2018:522

College van Beroep voor het bedrijfsleven 2018-10-17 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522, zaaknummers 18/1292, 18/1286, 18/1283, 18/1367, 18/1285, 18/1288 en 18/1287, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Is de vaststelling van fosfaatrecht op grond van art. 23 lid 3 Meststoffenwet (Msw) in strijd met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP), en zo ja, wanneer levert de regeling op regelingsniveau dan wel op individueel niveau een buitensporige last op? Feiten — Appellanten zijn melkveehouders wier fosfaatrecht bij primaire besluiten van begin 2018 is vastgesteld op basis van de veebezetting op de peildatum 2 juli 2015. Zij hadden vóór die peildatum vergunningen verkregen en investeringen gedaan met het oog op uitbreiding, die op de peildatum nog niet volledig was gerealiseerd. De bezwaren zijn ongegrond verklaard. Verweerder nam in het verweerschrift van 14 september 2018 het standpunt in dat uitsluitend financiële omstandigheden nooit een individuele buitensporige last kunnen opleveren. Ter zitting van 26 september 2018 verzochten beide partijen het College het onderzoek te heropenen om nadere onderbouwing mogelijk te maken; het College heeft dat verzoek gehonoreerd. Overwegingen — Het College behandelt achtereenvolgens de kwalificatie van de inmenging, het algemeen belang en de fair balance. Ontneming of regulering (r.o. 5.5) — Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel eigendomsregulering meebrengt en geen ontneming. Appellanten worden niet b…