ECLI:NL:CBB:2019:232

College van Beroep voor het bedrijfsleven 2019-06-11 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:232, zaaknummer 18/2873, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Kan een melkveehouder die op de peildatum van 2 juli 2015 als gevolg van een dierziekte (klebsiella) een niet-gerealiseerde uitbreiding had, met succes een beroep doen op de knelgevallenregeling van artikel 23, zesde lid, Msw teneinde een hoger fosfaatrecht te verkrijgen? Feiten — Appellante (een maatschap) exploiteert een melkveehouderij. Vanaf eind oktober 2013 tot eind 2015 woedde op het bedrijf een klebsiella-uitbraak. Op de peildatum 2 juli 2015 waren 146 melk- en kalfkoeien aanwezig; op 31 december 2015 waren dat er 166. Verweerder heeft het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de peildatum (7.632,8 kg vóór generieke korting van 8,3%, resulterend in 7.000 kg). Verweerder heeft het beroep op de knelgevallenregeling afgewezen omdat de berekening op basis van de alternatieve referentiedatum 15 oktober 2013 (vóór de uitbraak) uitkomt op 7.479,8 kg — minder dan 5% lager dan het op basis van de peildatum vastgestelde recht, zodat niet wordt voldaan aan de 5%-drempel. Overwegingen — Het College stelt in r.o. 4.1 vast dat de klebsiella-uitbraak een buitengewone omstandigheid is in de zin van artikel 23, zesde lid, Msw. Het bijzondere karakter van dit geval is dat het gaat om een bedrijf in uitbreiding waarvan de groei tijdelijk is gestagneerd: zulke bedrijven voldoen veelal niet aan de 5%-eis zodra de groei na de buiten…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken