Raad van State 2024-11-27 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4865, zaaknummers 202402650/1/A3 en 202404580/1/A3, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de rechtbank het tweede beroep wegens niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de bij eerdere uitspraak opgelegde dwangsom nog niet volledig was verbeurd? En welke termijn en dwangsom zijn in dat kader passend? Feiten — Appellant verzocht de staatssecretaris van Financiën in april 2023 op grond van de Woo documenten openbaar te maken over de werkgroep die de kabinetsreactie op het rapport Ongekend Onrecht heeft voorbereid. De beslistermijn verstreek op 31 mei 2023. Bij uitspraak van 24 januari 2024 verklaarde de rechtbank het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond en legde zij een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Omdat de staatssecretaris daarna nog steeds geen besluit had genomen, stelde appellant op 13 februari 2024 opnieuw beroep in. De rechtbank verklaarde dit tweede beroep bij mondelinge uitspraak van 9 april 2024 niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat de eerder opgelegde dwangsom nog liep. Op 4 juni 2024 stelde appellant een derde beroep in; ook dat beroep had de Afdeling ter behandeling voorgelegd. Overwegingen — De Afdeling stelt voorop dat procesbelang het belang is bij de uitkomst van de procedure, beoordeeld naar de stand van zaken op het moment van beoordeling (r.o. 6, onder v…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken