Rechtbank Midden-Nederland 2025-01-09 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, 9 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:41, zaaknummer UTR 24/6640, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Binnen welke termijn moet het UWV alsnog beslissen op een verzoek om herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster, ingediend door een (ex-)werkgever, nu het UWV structureel te laat beslist vanwege een tekort aan verzekeringsartsen? Feiten — Eiseres (een B.V.) heeft op 8 augustus 2023 bij het UWV verzocht om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar (ex-)werkneemster. Het UWV heeft op dat verzoek niet tijdig beslist. Eiseres heeft het UWV op 14 december 2023 in gebreke gesteld. Ten tijde van de zitting op 19 december 2024 had het UWV nog steeds geen beslissing genomen. Overwegingen — Het UWV erkent de termijnoverschrijding. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling op 14 december 2023 is ontvangen en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, zodat het beroep ontvankelijk is (r.o. 2). Het wettelijke uitgangspunt bij een gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen is op grond van art. 8:55d lid 1 Awb een nadere beslistermijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan een andere termijn worden bepaald, die niet onnodig lang maar ook niet onrealistisch kort mag zijn (r.o. 6). De rechtbank acht het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een bijzonder geval dat afwijking van de twee-wekentermijn rechtvaardigt (r.o. 7). Zij verwijst daartoe mede naar de kamerbrief van de m…