Raad van State 2024-05-15 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2045, zaaknummer 202304182/1/A2, hoger beroep. Kernvraag — Mogen aan de overname van private schulden in het kader van de hersteloperatie toeslagen de voorwaarden worden gesteld dat de schuld opeisbaar moet zijn en — voor informele schulden — moet zijn vastgelegd in een notariële akte, getoetst aan het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel? Feiten — Appellant en zijn echtgenote zijn gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire en hebben naast de Catshuisvergoeding van € 30.000,- nog ongeveer € 17.000,- aan integrale compensatie ontvangen. Appellant verzocht om overname van een schuld van € 16.000,- uit een leningsovereenkomst met een particulier. De Dienst Toeslagen weigerde overname omdat de schuld niet in een notariële akte was vastgelegd en niet opeisbaar was; van betalingsachterstanden was geen sprake. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De Afdeling stelt vast dat de vereisten voor schuldovername zijn neergelegd in art. 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), een wet in formele zin. Art. 120 Grondwet staat er aan in de weg dat deze bepaling wordt getoetst aan het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of ander ongeschreven recht (r.o. 10, onder verwijzing naar ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772). Buiten toepassing laten van art. 4.1 Wht is mogelijk indien bijzondere omstandigheden bestaan die niet of…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken