Raad van State 2019-02-22 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579, zaaknummer 201807756/1/V2 (hoger beroep, vreemdelingenrecht, asiel). Kernvraag — Heeft de rechtbank het beroep van een asielzoekende vreemdeling terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, nu de gemachtigde wel had aangekondigd contact te onderhouden maar ter zitting niet is verschenen en geen actueel bericht over voortgezet contact heeft gegeven? Feiten — De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling op 6 augustus 2018 buiten behandeling gesteld omdat hij met onbekende bestemming zou zijn vertrokken. In de gronden van beroep van 21 augustus 2018 schreef de gemachtigde dat hij contact had met de vreemdeling en dat deze bij kennissen in Amsterdam verbleef. Op de zitting van 11 september 2018 verschenen noch de vreemdeling noch zijn gemachtigde, en bleef ook verdere mededeling over voortbestaand contact uit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk; daartegen richt zich het hoger beroep. Overwegingen — De Afdeling herhaalt in r.o. 2 het beoordelingskader: als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat hij geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt…