ECLI:NL:RVS:2019:466

Raad van State 2019-02-27 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466, zaaknummer 201801114/1/A1, hoger beroep. Kernvraag — Kan een overtreder in de procedure tegen een invorderingsbeschikking met succes gronden aanvoeren die zij tegen de last onder dwangsom naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen, en leveren de door haar gestelde omstandigheden een bijzondere omstandigheid op die noopt tot afzien van invordering? Feiten — Het college heeft appellante onder oplegging van dwangsommen gelast bouwwerken zonder omgevingsvergunning te verwijderen. Het besluit op bezwaar waarbij de last werd gehandhaafd (1 september 2015) is onherroepelijk geworden, omdat appellante daartegen geen beroep heeft ingesteld. Het college heeft vervolgens verbeurde dwangsommen van in totaal € 35.700,- ingevorderd. Appellante stelt dat zij al in 1994 via een privatieve last alle bevoegdheden over de percelen aan de Orde van Maerloo heeft overgedragen en de bouwwerken in 2012 in een Duitse Gesellschaft Bürgerlichen Rechts zijn ingebracht, zodat het niet in haar macht lag de overtredingen te beëindigen. Zij voert aan dat zij deze gronden niet eerder heeft aangevoerd wegens veiligheidsoverwegingen. Overwegingen — In r.o. 2.1 herhaalt de Afdeling haar vaste lijn dat aan het belang van invordering een zwaarwegend gewicht moet worden toegekend, nu een andere opvatting afbreuk zou doen aan het gezag van de last onder dwangsom. Slechts in bijzondere omstandigheden kan…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken