Raad van State 2017-05-03 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1179, zaaknummer 201509187/1/A1, hoger beroep. Kernvraag — Voldoen de aan de last onder dwangsom en de invorderingsbesluiten ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aan de daarvoor geldende eisen, en zijn de begunstigingstermijn en hoogte van de dwangsom rechtmatig? Feiten — Abengoa exploiteerde een bio-ethanolinstallatie aan de Merwedeweg te Rotterdam. Vanaf 20 mei 2013 diende zij te voldoen aan het strengste geurnorm (maatregelniveau II, voorschrift 2.14 van de oprichtingsvergunning): geen enkele waarneembare geur bij een geurgevoelige locatie. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde bij besluit van 6 augustus 2013 een last onder dwangsom op (€ 100.000 per overtreding, maximum € 2.000.000; maximaal één dwangsom per zeven aaneengesloten dagen; verbeurte bij vijf of meer geurklachten van afzonderlijke adressen binnen acht uur). In totaal werd ruim € 1.200.000 aan dwangsommen ingevorderd. De rechtbank Den Haag vernietigde een deel van de invorderingsbesluiten maar liet het merendeel in stand; Abengoa (later haar curator) stelde hoger beroep in. Overwegingen — De Afdeling verwerpt alle hogerberoepsgronden. Ten aanzien van de bevoegdheid tot oplegging van de last (r.o. 5.1) acht de Afdeling het, op basis van het eigen rapport van Abengoa (PRA Odournet, 24 april 2013), voldoende aannemelijk dat op 20 mei 2013 niet eens werd voldaan aan het minder strenge maa…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken