Raad van State 2014-11-19 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4135, zaaknummer 201400648/1/A3, hoger beroep. Kernvraag — Kan de bestuursrechter bij een burger ingediende beroepen niet-ontvankelijk verklaren wegens misbruik van recht op grond van art. 13 jo. art. 15 Boek 3 BW, en is daarvan sprake wanneer Wob-verzoeken bewust zijn ingediend met geen ander oogmerk dan het incasseren van dwangsommen en proceskostenvergoedingen ten laste van de overheid? Feiten — Aan appellant zijn meerdere verkeersboetes opgelegd. Zijn juridisch adviseur heeft namens hem bij de CVOM telkens Wob-verzoeken ingediend, gevolgd door ingebrekestellingen, dwangsomverzoeken en beroepen wegens niet-tijdig beslissen, terwijl de stukken ook via art. 7:18 lid 4 Awb of de Wahv hadden kunnen worden opgevraagd. De juridisch adviseur verleende rechtsbijstand op no cure no pay-basis, waarbij verkregen proceskostenvergoedingen als honorarium golden en afgesproken dwangsommen deels aan hem werden doorbetaald. De rechtbank Rotterdam verklaarde zeven beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, maar deed dat na verwijzing van een enkelvoudige naar een meervoudige kamer zonder een tweede zitting te houden of toestemming van partijen te vragen. Overwegingen — De Afdeling laat het verweerschrift buiten beschouwing omdat het niet is ondertekend, zodat niet kan worden vastgesteld of het door een bevoegd persoon is ingediend (r.o. 1.1). Het hoger beroep slaagt op pro…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken