Raad van State 2013-06-12 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2877, zaaknummer 201105754/1/A4, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in de Wm-vergunning hersteld, met name ten aanzien van de beoordeling van de gevolgen voor de luchtkwaliteit en de motivering van een aantal vergunningvoorschriften? Feiten — Het college verleende op 4 april 2011 een vergunning op grond van art. 8.1 Wet milieubeheer voor een inrichting voor het bewerken van hout en metaal, opslag van materialen en het inzamelen en verbranden van A-hout. In de tussenuitspraak van 31 oktober 2012 stelde de Afdeling vast dat het besluit in strijd was met art. 3:46 Awb wegens ontoereikende motivering van de luchtkwaliteitsbeoordeling (de vergelijking met de situatie zonder houtverbranding ontbrak) en dat de voorschriften 2.3.2, 4.3.3, 7.3.1 en 9.1.6 onzorgvuldig waren voorbereid of onvoldoende gemotiveerd. Het college werd opgedragen de gebreken te herstellen. Bij besluit van 12 december 2012 wijzigde het college het besluit van 4 april 2011 door voorschrift 9.1.6 in te trekken en een nieuw voorschrift 2.3.2 te verbinden aan de vergunning. Overwegingen — Na de tussenuitspraak kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd die al tegen het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden ingebracht; dit volgt uit het belang van efficiënte geschilbeslechting da…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken