ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009

Centrale Raad van Beroep 2009-01-26 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009, zaaknummers 05/1789 WAO en 08/4026 WAO-S, schadevergoedingsuitspraak na heropening in hoger beroep. Kernvraag — Welke maatstaf en welk bedrag per overschrijdingsperiode hanteert de Centrale Raad van Beroep bij de toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in drietraps-WAO-procedures (bezwaar, beroep, hoger beroep)? Feiten — Betrokkene diende op 18 oktober 2002 een bezwaarschrift in bij het Uwv. Na ongegrondverklaring in bezwaar en beroep stelde betrokkene op 21 maart 2005 hoger beroep in. Bij uitspraak van 11 juli 2008 deed de Raad uitspraak op dat hoger beroep; de behandelduur in hoger beroep bedroeg ruim drie jaar en vier maanden. De Raad heropende het onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens mogelijke schending van de redelijke termijn, met de Staat der Nederlanden (minister van Justitie) als partij. Partijen waren het erover eens dat de redelijke termijn was overschreden; zij verschilden over de hoogte van de vergoeding. Overwegingen — De Raad stelt voorop (r.o. 3.1–3.2) dat het EHRM, in het bijzonder in Scordino/Italië (no. 1) van 29 maart 2006, nationale autoriteiten een ruime beoordelingsvrijheid toekent bij de vaststelling van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding, ook als uitsluitend in een vergoeding achteraf is voorzien en geen versnellingsprocedure beschikbaar is.…