ECLI:NL:RBMNE:2023:6191

Rechtbank Midden-Nederland 2023-11-20 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, 20 november 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6191, zaaknummer UTR 22/4539, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is de WOZ-waarde van een horecaobject (bar en restaurant) voor het belastingjaar 2021 naar de waardepeildatum 1 januari 2020 terecht vastgesteld op € 503.000,-? En heeft eiseres recht op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn? Feiten — Verweerder heeft de WOZ-waarde van het object (een bar en restaurant) vastgesteld op € 503.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020, met toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode. Daarbij is uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 43.005,- per jaar en een kapitalisatiefactor van 11,7. Eiseres bepleit een waarde van € 299.000,-, onder meer met een beroep op coronagerelateerde leegstand en een huurkorting van 40%. Het bezwaar is op 19 juli 2022 ongegrond verklaard. Het bezwaarschrift was ontvangen op 22 maart 2021; de rechtbank doet uitspraak op 20 november 2023. Overwegingen — De beroepsgronden worden achtereenvolgens besproken. Over de processuele stelling dat de eigenaar van het object had moeten worden opgeroepen als partij overweegt de rechtbank dat deze omstandigheid dateert van na de uitspraak op bezwaar, zodat dit niet tot vernietiging kan leiden. Bovendien strekt dit niet tot bescherming van het belang van eiseres, maar van een eventuele derde partij (r.o. 6). Het beroep op de toestandsdatum van 1 januari 2021 (art. 18 lid 3 onder c Wet…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken