ECLI:NL:RBGEL:2024:9375

Rechtbank Gelderland 30 augustus 2024 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Gelderland (kantonrechter, zittingsplaats Nijmegen), 30 augustus 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:9375, zaaknummer 10933185 \ CV EXPL 24-529, eerste aanleg op tegenspraak. Kernvraag — Kan de verhuurder van 7:230a-bedrijfsruimte ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huurpenningen vorderen, en kan de huurder zich daartegen verweren met een beroep op dwaling, opschorting of huurprijsvermindering wegens gebreken? Feiten — WD huurt sinds 2013 kantoorruimte op grond van een 7:230a BW-huurovereenkomst, waarop de AB (versie 2003) van toepassing zijn. Art. 18.1 AB sluit opschorting en verrekening door de huurder uit; art. 18.2 AB bepaalt een contractuele boete van 2% per maand met een minimum van € 300,- per maand bij te late betaling. Vanaf het begin van de huurperiode zijn er terugkerende problemen met de klimaatbeheersingsinstallatie; een nieuwe klimaatinstallatie is pas begin 2023 opgeleverd. WD heeft de huurpenningen over meerdere perioden (maart en april 2021 en maart 2023 tot en met juni 2024) niet volledig voldaan, waardoor een huurachterstand van € 37.416,61 is ontstaan. WD heeft de huurovereenkomst in augustus 2023 opgezegd tegen 1 oktober 2024. Overwegingen — Over de verjaring van het dwalingsberoep overweegt de kantonrechter (r.o. 4.5) dat op grond van art. 3:52 lid 1 sub c BW de vordering tot vernietiging wegens dwaling verjaart drie jaar nadat de dwaling is ontdekt. WD ondervond al in 2014 problemen met de technische in…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken