Rechtbank Den Haag 2023-03-21 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 21 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3701, zaaknummer NL22.24600, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is de verlenging van de beslistermijn op asielaanvragen met negen maanden op grond van WBV 2022/22 rechtsgeldig, zodat de ingebrekestelling van eiser prematuur was en zijn beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard? Feiten — Eiser, Oezbeeks staatsburger, diende op 15 mei 2022 een asielaanvraag in. De reguliere beslistermijn van zes maanden (art. 42 lid 1 Vw) verstreek op 15 november 2022. Op 27 september 2022 trad WBV 2022/22 in werking, waarbij de beslistermijn voor alle lopende aanvragen met negen maanden werd verlengd op grond van art. 42 lid 4 aanhef en onder b Vw. Eiser stelde verweerder op 16 november 2022 in gebreke en tekende op 1 december 2022 beroep aan wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat art. 31 lid 3 van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) verlenging van de beslistermijn met ten hoogste negen maanden toestaat wanneer een groot aantal asielaanvragen het in de praktijk zeer moeilijk maakt de procedure binnen zes maanden af te ronden; dit is omgezet in art. 42 lid 4 aanhef en onder b Vw (r.o. 6). De rechtbank oordeelt dat verweerder met de motivering in WBV 2022/22, de Kamerbrief van 26 augustus 2022 en het in het verweerschrift gevoegde hogerberoepschrift voldoende heeft onderbouwd dat deze situatie zich voordoet (r.o. 8). Een combinatie van factoren — de instr…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken