Rechtbank Den Haag 2023-03-21 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg), 21 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, zaaknummer NL22.22843, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is de verlenging van de beslistermijn op asielaanvragen met negen maanden door middel van WBV 2022/22 rechtsgeldig, en was de ingebrekestelling van eiser daarmee prematuur? Feiten — Eiser, Turks staatsburger, diende op 24 april 2022 een asielaanvraag in. Na het verstrijken van wat hij als de reguliere termijn van zes maanden beschouwde (24 oktober 2022), stelde hij verweerder op 25 oktober 2022 in gebreke. Verweerder besliste niet binnen de daaropvolgende twee weken, waarop eiser op 9 november 2022 beroep instelde wegens niet-tijdig beslissen. Verweerder stelde zich op het standpunt dat WBV 2022/22 de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden had verlengd tot 24 juli 2023, zodat de ingebrekestelling te vroeg was. Overwegingen — De rechtbank beoordeelt of de verlenging van de beslistermijn op grond van art. 42 lid 4 aanhef en onder b Vw (implementatie van art. 31 lid 3 Procedurerichtlijn 2013/32/EU) rechtsgeldig is (r.o. 5-6). Verweerder heeft in WBV 2022/22 en de Kamerbrief van 26 augustus 2022 gemotiveerd dat een combinatie van factoren — de verhoogde instroom van Afghanen en Oekraïners, de opname van Dublinclaimanten in de nationale procedure als gevolg van COVID-19-gerelateerde overdrachtsproblemen, en de hogere instroom van andere nationaliteiten vanaf de tweede helft van 2021 — de personele capacite…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken