ECLI:NL:RBDHA:2020:8236

Rechtbank Den Haag 28 juli 2020 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 28 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8236, zaaknummer SGR 19/6472, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is eiseres verzekerd voor de WIA, in het bijzonder: ligt haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag vóór 24 februari 2016, en zijn er nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven terug te komen op de hersteldverklaring van 21 oktober 2015? Feiten — Eiseres werkte 40 uur per week en meldde zich op 19 maart 2015 ziek met gynaecologische en psychische klachten. Met ingang van 28 oktober 2015 werd zij hersteld verklaard in het kader van de ZW; zij heeft tegen dat besluit geen rechtsmiddelen aangewend. Aansluitend ontving zij tot 28 januari 2016 een WW-uitkering en daarna een bijstandsuitkering. In december 2017 beoordeelde een verzekeringsarts haar als niet belastbaar voor arbeid. Op verzoek van de gemeente Waddinxveen diende eiseres op 27 juli 2018 een WIA-aanvraag in met als opgegeven eerste arbeidsongeschiktheidsdag 28 januari 2016. UWV weigerde de WIA-uitkering omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet op of vóór 24 februari 2016 was gelegen — eiseres had na die datum geen dienstverband, WW-uitkering of bescherming op grond van de nawerking van art. 10 lid 1 Wet WIA meer. Overwegingen — De rechtbank beoordeelt twee samenhangende kwesties. Ten aanzien van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag (r.o. 6.1–6.3): het medisch onderzoek door de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b is zorgvuldig geweest. Alle klachten zij…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken