ECLI:NL:RBDHA:2016:10636

Rechtbank Den Haag 5 september 2016 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 5 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10636, zaaknummers SGR 15/1887 en SGR 15/3778, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Is eiseres vanaf haar ziekmelding op 11 juni 2012 onafgebroken arbeidsongeschikt geweest gedurende de wachttijd van 104 weken, of heeft zich in die periode een onderbreking van ten minste vier weken voorgedaan die een nieuwe wachttijd deed aanvangen? Feiten — Eiseres is per 1 februari 2007 aangesteld als docente beeldende vorming en heeft zich op 11 juni 2012 ziekgemeld wegens psychische klachten. Naar aanleiding van haar WIA-aanvraag heeft het UWV de re-integratie-inspanningen van de werkgever als onvoldoende beoordeeld en bij besluit van 28 mei 2014 een loonsanctie opgelegd tot 16 juni 2015. Bij besluit van 27 november 2014 is die loonsanctie bekort per 27 oktober 2014, nadat de werkgever de tekortkoming had hersteld. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen beide besluiten, welke bezwaren ongegrond zijn verklaard. Eiseres stelt primair dat voor de zomervakantie van 2013 een doorbreking van de wachttijd heeft plaatsgevonden op grond van art. 7:628 BW, subsidiair dat per 2 september 2013 dan wel 4 oktober 2013 een nieuwe wachttijd is aangevangen. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat de vraag of de loonsanctie terecht is opgelegd niet in geding is; de centrale vraag is of de wachttijd van 104 weken aaneengesloten is volgemaakt (r.o. 3.1). Ingevolge art. 23 lid 3 onder b WIA worden perioden van arbeidsongeschikth…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken