ECLI:NL:RBAMS:2022:4913

Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2022 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam (voorzieningenrechter), 18 augustus 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:4913, zaaknummer C/13/720427 / KG ZA 22-641, kort geding eerste aanleg. Kernvraag — Is Drimpy gehouden de facturen over april en mei 2022 te voldoen onder de tussen partijen gesloten Master Services Agreement en Work Order 2, en kan [eiseres] nakoming in kort geding afdwingen? Feiten — [eiseres] (softwareontwikkelaar) en Drimpy (ontwikkelaar van een Persoonlijke GezondheidsOmgeving) sloten op 6 december 2021 een MSA en Work Order 1, per 1 februari 2022 vervangen door Work Order 2, op grond waarvan [eiseres] een dedicated ontwikkelteam ("pod") aan Drimpy ter beschikking stelde. Drimpy betaalde de facturen over december 2021 t/m maart 2022 stelselmatig te laat. [eiseres] stuurde op 5 mei 2022 een Notice of Termination en na verdere correspondentie over betalingsregelingen op 3 juni 2022 een Final Notice of Termination. Het team staakte haar werkzaamheden op 27 mei 2022. De facturen over april 2022 (€ 42.738,41) en mei 2022 (€ 42.738,41) zijn onbetaald gebleven. Overwegingen — De voorzieningenrechter stelt voorop dat een geldvordering in kort geding slechts toewijsbaar is indien het bestaan en de omvang voldoende aannemelijk zijn en van eiser niet kan worden gevergd de bodemprocedure af te wachten (r.o. 4.2). Spoedeisend belang is aanwezig nu de betalingstermijnen al geruime tijd zijn verstreken (r.o. 4.3). Ten aanzien van de factuur over april 2022 oordeelt de voorzieningenrec…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken