ECLI:NL:HR:2019:1046

Hoge Raad 2019-06-28 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046, zaaknummer 18/03941, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Onder welke voorwaarden kunnen ondernemingen die met een bank een renteswap zijn overeengekomen een beroep doen op dwaling (art. 6:228 BW), in het bijzonder ten aanzien van de omvang van de mededelingsplicht van de bank, de rol van nadeel bij het dwalingsberoep en de gevolgen van vernietiging, en de toelaatbaarheid van een beroep op dwaling over een bankmarge die in het swaptarief is verdisconteerd? Feiten — Eiseressen zijn onderdeel van een onderneming actief in groenvoorziening en onroerend goed. ABN AMRO verstrekte aan hen kredieten met variabele rente (Euribor-gebaseerd) en stelde vanaf 2010 als voorwaarde dat 50% van het renterisico zou worden afgedekt. In de periode 2003–2011 sloten eiseressen meerdere renteswaps en een Cap with Knock-in-Floor met ABN AMRO. Voorafgaand aan en bij het sluiten van deze derivatencontracten ontving de cliënt brochures en formulieren met informatie over onder meer kosten van tussentijdse beëindiging en de afhankelijkheid van de marktwaarde van de onderliggende waarde. Bij brief van 27 juni 2016 vernieti(g)den eiseressen de renteswaps buitengerechtelijk op grond van dwaling; op dat moment liep nog slechts één derivaat (de Cap with Knock-in-Floor). De rechtbank Amsterdam stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Overwegingen — Vraag 1 — Omvang mededelingsplicht (art. 6:228 lid 1, onder b, BW) In r.o. 3.5.3 stelt de…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken