ECLI:NL:RBAMS:2022:1794

Rechtbank Amsterdam 2022-04-06 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam (Internationale Rechtshulpkamer), 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, zaaknummer 13/751539-21, eerste aanleg meervoudig (overleveringsprocedure ex art. 23 OLW). Kernvraag — Dient de overlevering aan Polen te worden geweigerd op grond van art. 11 OLW wegens (i) een reëel gevaar van schending van het recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld (art. 47 lid 2 Handvest) en/of (ii) een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in detentie? Feiten — Een Pools gerecht (Sąd Okręgowy te Lublin) heeft op 6 april 2021 een EAB uitgevaardigd ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf tegen de opgeëiste persoon, een Poolse onderdaan. De veroordeling dateert van na 14 februari 2020. De Rechtbank Amsterdam heeft bij tussenuitspraak van 14 september 2021 het onderzoek geschorst in afwachting van een prejudiciële beslissing van het HvJ EU, die op 22 februari 2022 is gevallen (gevoegde zaken C‑562/21 PPU en C‑563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100). De verdediging heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon in 2016 een EHRM-veroordeling van Polen wegens art. 3 EVRM had bewerkstelligd en betrokken was geweest bij het aan het licht brengen van corruptie in de gevangenis te Chełm, en dat hij op grond van getuigenverklaringen van personen die hem aanvankelijk niet hadden herkend, is veroordeeld. Overwegingen — De rechtbank doorloopt de tweestappentoets zoals nader uitgewerkt door het HvJ EU in het arrest van 22 februari 2022. Stap 1 — alg…