Rechtbank Amsterdam 2021-02-10 — Strafrecht; Europees strafrecht
Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam (Internationale Rechtshulpkamer), 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, zaaknummer RK 20/771 / 13/751021-20, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Moet de overlevering van een Poolse verdachte aan Polen worden geweigerd omdat hij in geval van overlevering een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht en daarmee de kern van zijn recht op een eerlijk proces wordt geschonden, gelet op de systemische gebreken in de Poolse rechterlijke macht en zijn bijzondere persoonlijke situatie? Feiten — Het Circuit Court in Poznań heeft op 31 augustus 2015 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd tegen de opgeëiste persoon, een Pools staatsburger geboren in 1987, in verband met drugsdelicten. De zaak heeft een uitgebreide procesgeschiedenis, waarin de Rechtbank Amsterdam prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gesteld (arrest van 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033). De naam en het zaaknummer van de opgeëiste persoon zijn expliciet opgenomen in een memo van de Poolse national prosecutor, gericht aan Poolse officieren van justitie, waarin naar aanleiding van de in zijn zaak gestelde prejudiciële vragen wordt opgedragen de uitvoering van specifiek door Nederlandse autoriteiten uitgevaardigde EAB's nauwkeurig te analyseren op weigeringsgronden. Zijn zaak heeft ook de aandacht van Poolse media en politiek getrokken. Overwegingen — De recht…