ECLI:NL:HR:2018:1413

Hoge Raad 2018-09-25 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413, zaaknummer 18/02675, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Kan een (gebrekkige of ontbrekende) motivering van een rechterlijke tussenbeslissing grond opleveren voor wraking van de rechter die haar heeft gegeven? Feiten — De raadsman van de verdachte verzocht de strafkamer van het Hof 's-Hertogenbosch ter terechtzitting van 23 oktober 2008 de zaak terug te wijzen naar de rechtbank wegens vermeende partijdigheid van de eerste rechter. De strafkamer wees dit verzoek af met een verwijzing naar haar eerdere, niet nader onderbouwde beslissing van 19 mei 2008. De wrakingskamer wees het vervolgens ingediende wrakingsverzoek toe, omdat de strafkamer op 23 oktober 2008 had nagelaten uitdrukkelijk te reageren op de nieuw voorgedragen argumenten; uit dat ontbreken van motivering kon de verdachte naar het oordeel van de wrakingskamer de vrees putten dat de strafkamer niet de onpartijdige rechter is die art. 6 EVRM voorschrijft. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.2.1 voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid of voor een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. In r.o. 3.3 herhaalt de Hoge Raad de vaste regel dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer…