ECLI:NL:HR:2025:985

Hoge Raad 2025-06-24 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985, zaaknummer 25/00406, cassatie in het belang van de wet. Kernvraag — Is art. 13a lid 2 Wahv, dat per 1 januari 2024 de proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in Wahv-zaken vermenigvuldigt met 0,25 of 0,1, in strijd met het discriminatieverbod van art. 14 EVRM in samenhang met art. 1 Eerste Protocol EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM, en dient die bepaling op die grond buiten toepassing te blijven? Feiten — Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wahv. De kantonrechter heeft de sanctie gewijzigd en een proceskostenvergoeding toegekend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft art. 13a lid 2 Wahv buiten toepassing gelaten omdat niet kon worden uitgesloten dat die bepaling in strijd is met het discriminatieverbod, en heeft de advocaat-generaal veroordeeld in proceskosten van in totaal € 2.187,50, berekend zonder toepassing van de vermenigvuldigingsfactoren. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de mogelijkheid van strijd met het discriminatieverbod niet viel uit te sluiten, omdat de wetgever bij de uitbreiding van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen naar Wahv-zaken – anders dan bij WOZ- en bpm-zaken – nauwelijks empirische onderbouwing had verstrekt. Nu een effectieve rechterlijke toetsing daardoor niet mogelijk was, liet het hof art. 13a lid 2 Wahv buiten toepassing. Overwegingen — De Hoge Raad bespreekt eerst de werkingssfeer van de regeling (r…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken