ECLI:NL:HR:2023:40

Hoge Raad 2023-01-24 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40, zaaknummer 22/00595, cassatie. Kernvraag — Voldoet de Nederlandse cassatieprocedure, ook wanneer de Hoge Raad het cassatieberoep afdoet met een verkorte motivering op grond van art. 80a of 81 lid 1 RO, aan de uit art. 14 lid 5 IVBPR voortvloeiende verplichting tot inhoudelijke toetsing van de schuldigverklaring, in het bijzonder wanneer de verdachte in hoger beroep is veroordeeld voor een feit waarvan hij in eerste aanleg was vrijgesproken? Feiten — De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van een of meer feiten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hem bij arrest van 22 februari 2022 alsnog veroordeeld, onder meer voor openlijk geweld tegen personen. In cassatie klaagt de verdachte, naast klachten over de bewijsvoering, dat deze situatie in strijd is met art. 14 lid 5 IVBPR, mede in het licht van de zienswijze van het VN-Mensenrechtencomité van 26 juli 2022 in de zaak Jaddoe tegen Nederland (CCPR/C/135/D/3256/2018). Oordeel hof — Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor openlijk geweld tegen personen en een door de verdediging geschetst alternatief scenario verworpen. Het hof heeft daarmee een situatie in het leven geroepen waarbij een veroordeling in hoger beroep volgde voor een feit waarvan in eerste aanleg was vrijgesproken. Overwegingen — De Hoge Raad plaatst de zienswijze in de zaak Jaddoe in het bredere juridische kader van art. 14 lid 5 IVBPR en de General Comment No. 32 van het VN-Mense…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken