Hoge Raad 2022-01-28 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:89, zaaknummer 21/00331, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Staat bezwaar open tegen een door de inspecteur vermeld rentebedrag bij kennisgeving van een bpm-teruggaaf, en in hoeverre voldoet de Nederlandse belastingrenteregeling (enkelvoudige berekening, wettelijk rentepercentage) bij teruggaaf van in strijd met het Unierecht geheven bpm aan het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel? Feiten — Belanghebbende heeft dertien keer op aangifte bpm voldaan ter zake van de registratie van uit andere EU-lidstaten afkomstige gebruikte auto's. In alle gevallen is beslist dat hij recht heeft op teruggaaf van bpm. De inspecteur heeft hem telkens schriftelijk in kennis gesteld van het terug te betalen bpm-bedrag en een bedrag aan te vergoeden rente. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van elk van die rentebedragen, stellende dat het Unierecht een langere berekeningsperiode en een hoger rentepercentage vergt dan voorgeschreven in hoofdstuk VA AWR en de Uitvoeringsregeling AWR. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Overwegingen — Vragen 1a, 1b, 2a en 2b — Ontvankelijkheid bezwaar en verhouding rechterlijke uitspraak tot rentebeschikking r.o. 5.1.1: Rente op grond van art. 30ha AWR wordt vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking (art. 30j lid 1 eerste volzin AWR). Het bedrag wordt vermeld in de uitspraak op bezwaar of bij de bekendmaking van de terugg…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken