Hoge Raad 2022-10-21 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, zaaknummer 22/02977, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Heeft het gebruik van het beëdigingsformulier bestemd voor een rijksambtenaar, in plaats van het formulier bestemd voor een rechterlijk ambtenaar, gevolgen voor de rechtskracht van uitspraken die alleen of mede zijn gewezen door de raadsheer(-plaatsvervanger) die op deze wijze is beëdigd? Feiten — Bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch zijn zestien raadsheren (plaatsvervanger) beëdigd waarbij abusievelijk het formulier voor rijksambtenaren (op grond van art. 7 Ambtenarenwet 2017) is gebruikt in plaats van het formulier voor rechterlijke ambtenaren (bijlage bij art. 5g lid 1 Wrra). In de voorliggende strafzaak is de verdachte veroordeeld voor diefstal; de jongste raadsheer in die zaak betrof een raadsheer-plaatsvervanger wiens beëdiging op 22 april 2021 op voornoemde wijze gebrekkig was verlopen. De procureur-generaal stelde cassatie in het belang der wet in met de vraag of dit gebrek tot nietigheid van de betrokken uitspraken leidt. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 5.2.1 voorop dat art. 5 lid 2 Wet RO op straffe van nietigheid vereist dat uitspraken worden gewezen door rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, en dat art. 5g lid 1 Wrra bepaalt dat een rechterlijk ambtenaar voorafgaand aan indiensttreding de eed of belofte aflegt overeenkomstig het in de bijlage bij de Wrra vastgestelde formulier. In r.o. 5.2.2 wordt de strekking…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken