Hoge Raad 2021-12-21 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad der Nederlanden (Strafkamer), 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945, zaaknummer 19/05058, cassatie. Kernvraag — Kan het opzettelijk aanwezig hebben (feit 1) en het voorhanden hebben van voorbereidingsgoederen (feit 2) bewezen worden verklaard op grond van eigendom en beschikkingsmacht over het perceel, zonder directe fysieke nabijheid van de aangetroffen goederen? Daarnaast: wat is de vereiste subjectieve bestanddelen voor de strafbaarstelling van art. 10a lid 1 aanhef en onder 3° Opiumwet? Feiten — Op 1 en 2 maart 2015 werd op het perceel van de verdachte in de gemeente [plaats] een doorzoeking gehouden. Op het terrein, dat de verdachte zelf had bebouwd en ingericht, werden in een loods goederen aangetroffen die gerelateerd zijn aan de productie van synthetische drugs, waaronder een gemodificeerde centrifuge, platinaoxide en stempels voor een tabletteermachine. In de grond van een door de verdachte zelf aangelegde bamboekwekerij lagen 17,60 kg MDA, een ton stempels voor een tabletteermachine en een plastic vat met € 216.000,- in contanten. In de grond bij een fitnessruimte op het terrein werd een ingekort vuurwapen (Riot gun) met munitie gevonden. Op handschoenen in de loods werden DNA-sporen van de verdachte en residuen van MDA aangetroffen. De verdachte stelde dat de loods was verhuurd aan een zogenaamde 'paardenman', wat het hof ongeloofwaardig achtte. Oordeel hof — Het hof achtte bewezen dat de verdachte de eigenaar en gebruiker was van h…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken