ECLI:NL:HR:2020:504

Hoge Raad 2020-03-31 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504, zaaknummer 18/02307 J, cassatie. Kernvraag — Wanneer heeft een verdachte een wapen of munitie in de zin van art. 26 lid 1 WWM "voorhanden" in de betekenis van bewust aanwezig en met feitelijke beschikkingsmacht, en is aan die vereisten voldaan bij een verdachte die gedurende enkele uren in een slaapkamer verbleef waar drie geladen vuurwapens lagen, waarvan zij er twee heeft aangeraakt en verplaatst? Feiten — De verdachte is omstreeks 02.00 uur de slaapkamer van haar vriend [betrokkene 1] binnengegaan. Zij zag daar twee vuurwapens naast het bed liggen, raakte deze aan met haar vingertoppen en schoof ze richting/onder het bed. Op een kastje naast het bed lag een derde wapen (Zoraki), waarop later haar DNA werd aangetroffen. Omstreeks 06.17 uur werden zij en [betrokkene 1] door een arrestatieteam in de slaapkamer aangehouden. In de slaapkamer werden drie geladen vuurwapens van categorie III WWM (Intratec, Glock en Zoraki) met bijbehorende munitie inbeslaggenomen. Oordeel hof — Het hof heeft het tenlastegelegde medeplegen niet bewezen geacht bij gebrek aan nauwe en bewuste samenwerking gericht op gezamenlijk voorhanden hebben. Voor het zelfstandig voorhanden hebben als pleger achtte het hof bewezen dat de verdachte zich, door het zien en aanraken van de wapens en het verblijven in de directe nabijheid ervan, bewust was van de aanwezigheid van alle drie wapens en de bijbehorende munitie en daarover de beschikking…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken