ECLI:NL:HR:2020:169

Hoge Raad 2020-01-31 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:169, zaaknummer 19/03803, cassatie. Kernvraag — Kan de gecorrigeerde vervangingswaarde (art. 17 lid 3 Wet WOZ) van een onroerende zaak worden gesteld op de restwaarde zolang die zaak nog in gebruik is bij de eigenaar/gebruiker en dezelfde functie vervult? Feiten — Stichting X is eigenaar van een sportcomplex (voetbalcomplex met kantine, kleedruimten, tribune, velden en overige infrastructuur) te Q, waarvan de oudste onderdelen dateren uit 1968. De gemeente Druten heeft de WOZ-waarde per peildatum 1 januari 2016 vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. In geschil is of de technische afschrijving zodanig ver is voortgeschreden dat de waarde op de restwaarde moet worden gesteld. Oordeel hof — Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de levensduur die relevant is voor de correctie wegens technische veroudering eindigt op het moment dat de eigenaar/gebruiker de zaak niet langer naar haar aard en bestemming kan gebruiken en de zaak voor hem geen nut meer heeft. Omdat het complex op de peildatum nog als voetbalcomplex in gebruik was, kon de restwaarde naar het oordeel van het Hof nog niet zijn bereikt. Het Hof bekrachtigde daarmee de hogere taxatie van de heffingsambtenaar. Overwegingen — In r.o. 2.3.2 neemt de Hoge Raad tot uitgangspunt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de waarde is die de onroerende zaak voor de eigenaar/gebruiker in economisch opzicht heeft, te bepalen door te veronderstelle…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken