ECLI:NL:HR:2020:1523

Hoge Raad 2020-09-29 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523, zaaknummer 18/00794 P, cassatie (ontnemingsprocedure). Kernvraag — Kunnen "voldoende aanwijzingen" als bedoeld in art. 36e lid 2 Sr voor deelneming aan een criminele organisatie voorafgaand aan de in de strafzaak bewezenverklaarde periode worden aangenomen op de door het hof gebezigde bewijsvoering, en welke maatstaf geldt daarvoor in het licht van de onschuldpresumptie? Feiten — De betrokkene is in de hoofdzaak veroordeeld voor — onder meer — deelneming aan een criminele organisatie in de periode 19 juli 2012 tot en met 27 november 2012, in verband met het structureel overtreden van de gedoogvoorwaarden bij coffeeshop [A]. Het hof heeft in de ontnemingsprocedure het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend over de ruimere periode van 1 januari 2011 tot en met 27 november 2012 en de betalingsverplichting vastgesteld op € 167.624,48. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat voldoende aanwijzingen bestonden voor deelneming aan een criminele organisatie ook in de periode vóór de bewezenverklaarde periode, mede op grond van de verklaring van een leverancier dat hij vijf jaar wiet leverde, verklaringen van medeverdachten over de werkwijze, en de bevinding dat de bezoekersaantallen in 2011 en begin 2012 niet afweken van die in de laatste maanden van 2012. Het hof heeft het voordeel berekend op een aandeel in de verzwegen winst van € 150.000,- en een netto-salariscomponent van € 17.624,48, in totaal € 167…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken